De Ultieme Gids voor de SYSTEM-1 Plug-Out Synthesizer

In 1973 bracht Roland de SH-100 synthesizer uit en zette daarmee de eerste stap van een reis die vandaag nog steeds verder gaat. Analoge monosynths evolueerden tot modulaire synthesizers met meerdere oscillatoren, waarmee het gouden tijdperk van de polyfone analoge synthesizers was aangebroken. In de jaren’80 kwamen de eerste digitale synthesizers. Roland ging onvermoeibaar door met het ontwikkelen van digitale synthesizers, wat leidde tot de succesvolle AIRA-reeks – instrumenten geïnspireerd door het erfgoed van Roland, maar die gebruik maken van de technologie van de toekomst.

Met zijn voorgangers (SYSTEM-100, SYSTEM-100M en SYSTEM-700) in gedachten, slaat de SYSTEM-1 een nieuwe weg in met opmerkelijke flexibiliteit. Het is ‘s werelds eerste Plug-Out synth, die toegang geeft tot plug-in versies van legendarische Roland-synths die je in de SYSTEM-1 kunt onderbrengen zonder computer.

Deze Ultieme Gids voor de AIRA SYSTEM-1 PLUG-OUT SYNTHESIZER ontleedt elke sectie van de synthesizer en toont hoe je zowel op het podium als in de studio het maximum uit je SYSTEM-1 kunt halen.

Bijgedragen door Hannah Lockwood voor de Roland Australia Blog

 

INDEX

 

 

TIP #1: KIES EEN VAN DE TWAALF OSCILLATORGOLFVORMEN OM ONBEPERKT KLANKEN TE CREËREN

De SYSTEM-1 PLUG-OUT Synthesizer heeft twee oscillators (OSC 1 en OSC 2) die elk over 12 golfvormen beschikken! Dit geeft je de mogelijkheid om gelijkaardige golfvormen op te stapelen voor een vette bas- of leadklank, of om verschillende golfvormen te combineren voor verschillende registers, die je selecteert met de OCTAVE (feet)-knop met zes standen.

De WAVE-knop geeft de keuze uit zes golfvormen op de SYSTEM-1 synthesizer; SAW, SQUARE en TRIANGLE zijn de traditionele golfvormen die in de meeste synthesizers worden gebruikt. Er zijn echter nog drie unieke golfvormen met hetzelfde karakter als de eerste drie golfvormen, maar met extra boventonen: SUPER-SAW, SUPER-SQUARE AND SUPER-TRIANGLE.

In de Versie 1.2 System Update, krijgt de SYSTEM-1 nog zes nieuwe golfvormen zodat je nog meer klanken aan je arsenaal kunt toevoegen. Deze nieuwe golfvormen bieden een uitstekend palet om moderne elektronische klanken te creëren bovenop de klassieke zes originele golfvormen.

De zes nieuwe golfvormen zijn:

  1. NOISE SAW: De Noise Saw tilt de traditionele zaagtandgolf naar een hoger niveau door er ruis aan toe te voegen. Dit geeft een helderder, scheller geluid met een vollere basrespons wanneer je LPF cutoff gebruikt.
  2. LOGIC OPERATION: Een logic operation verwijst naar een gatesignaal, dat op high of low (aan of uit) staat, gebaseerd op een wiskundige functie. Er zijn een aantal logic operations die je in de wereld van de modulaire synths al hebt gezien als OR, AND, NAND, XOR… en er zijn er nog meer. Bij synthese zorgen deze gates voor een semi-willekeurig aan/uit-signaal om envelopes te triggeren of ze kunnen signalen mixen, waaronder ook oscillators, tot een unieke complexe golfvorm. Deze LOGIC OPERATION-golfvorm in de SYSTEM-1 heeft een nieuw cascaded logic-circuit dat meerdere golfvormen mixt om een speciale synthklank te creëren die uniek is voor deze AIRA-synthesizer.
  3. FREQUENCY MODULATION: Er zijn een aantal manieren om de toonhoogte van een oscillator aan te sturen: één manier is om een oscillator te gebruiken om de frequentie van een andere oscillator te moduleren. Je kunt ook een LFO gebruiken voor vibrato-effecten of een audio-rate oscillator voor FREQUENTIEMODULATIE – ook wel FM genoemd. Naarmate de toonhoogte van de modulerende oscillator stijgt (d.w.z. de frequentie van de golf neemt toe), wordt er een complexe golfvorm geproduceerd met boventonen die de oorspronkelijke oscillator normaal gezien niet kan produceren. Dit kunnen harmonische boventonen zijn die uitstekend zijn voor diepe baslijnen, of niet-harmonische boventonen die zorgen voor metaalachtige, rinkelende geluiden. De SYSTEM-1 maakt dit complexe syntheseproces gemakkelijk met een waaier aan klanken die je aanstuurt met één knop: COLOR.
  4. FM + SYNC: Deze golfvorm combineert dezelfde synthesemethode als hierboven, Frequentiemodulatie, maar gebruikt oscillator sync met de FM-oscillator om een meer harmonische golfvorm te produceren. Golfvormsynchronisatie, oftewel “sync”, is een proces waarbij een golfvorm met hoge frequentie wordt gemoduleerd om zo een vette, agressieve harmonische synthklank te genereren. In combinatie met FM kan dit een reeks boventonen produceren, bv. met een ‘sweep’ voor een opbouw of crescendo’s.
  5. VOWEL: Deze formantgolfvorm gebruikt een reeks golfvormen en complexe filtering om de menselijke stem na te bootsen. Met de COLOR-knop ‘sweep’ je doorheen een reeks klinkerachtige modulaties van “A” tot “U” van elke oscillator. Door de COLOR-knop te moduleren met een envelope of LFO via de MOD-schakelaar krijg je enkele  expressieve en interessante synth-stemmen.
  6. COWBELL: De cowbell is een iconische klank van de Roland TR-808 drummachine. Deze metaalachtige golfvorm hoort nu ook bij de twaalf oscillatorgolfvormen in de SYSTEM-1 synthesizer. Op deze unieke klank kan je nu verschillende bewerkingen uitvoeren; Voeg delay en een lange release toe voor cowbell-/pad-achtige klanken of gebruik een snedige versterkerenvelope met een arpeggio voor een percussieklank met toonhoogte die je kunt matchen, of syncoperen, met je rhythm track.

 

Om toegang te krijgen tot de zes bijkomende golfvormen, hou je de [LEGATO]-toets ingedrukt en draai je aan de OSC 1- of OSC 2-knop.

 

 

TIP #2: OSCILLATORMODULATIE BEHEERSEN OM COMPLEXE SYNTHKLANKEN TE CREËREN

De vorm van de golf is een basis waarop je je synthklank bouwt. Door de golfvorm te moduleren, of te doen bewegen, krijg je een evolutie van van de synthklank door boventonen toe te voegen of te verwijderen. Een geringe modulatiediepte creëert subtiele, expressieve variaties, terwijl een grote modulatiediepte voor agressieve, dissonante klanken zorgt. Door één of meerdere modulatietypes te gebruiken, kan je de klank vormen die je wil.

 

ocs-3

 

DETUNING

Detuning is een techniek waarbij je de toonhoogte van één oscillator ten opzichte van een andere verandert. Dit kan met enkele cents, hoger of lager, om een dikkere, chorus-achtige klank te creëren. Of spreid de stemming uit tot een harmonisch interval (kwinten zijn een goed vertrekpunt). Dit is een favoriete synthtechniek met zaagtandgolven voor een iconische ontstemde leadklank.

Tip voor Pro’s: Met COARSE TUNING kan je het juiste interval vinden door [RING] en [SYNC] ingedrukt te houden en aan de OSC2-knop te draaien.

PULSE WIDTH MODULATION (PWM)

Elke golf heeft een vorm die elke cyclus wordt herhaald. De symmetrie of “breedte” van deze vorm is een bron van modulatie, met een envelope of LFO, in een klassieke combinatie met blok-/puls-golfvormen. Dit is echter Pulse Width Modulation (PWM); waveform width modulation kan interessante texturen opleveren voor een aantal verschillende vormen.

De bron en de snelheid van de modulatie is belangrijk voor het beheersen van deze synthtechniek. Langzame sinusgolf-sweeps kunnen een subtiele dynamische beweging toevoegen aan een drone of een S&H LFO kan een willekeurige evoluerende klank produceren die gesynct is met het tempo.

De COLOR-knop van de SYSTEM-1 regelt de diepte van de breedtemodulatie met verschillende modulatiebronnen. Dit zijn LFO, eender welke van drie envelopes (PITCH, FILTER en AMP) of SUB OSC.

Tip voor Pro’s: Veranderen van PW-bron is een geweldige speeltechniek. Gebruik drie verschillende vormen van envelopes (vooral die die niet in gebruik zijn) om dynamische klankveranderingen te creëren.

CROSS-MODULATION

Cross-modulation is een techniek waar er twee (of meer) oscillators elkaar moduleren. De output van een oscillator moduleert de toonhoogte van een tweede oscillator, die dan op zijn beurt de eerste moduleert. Deze bi-directionele modulatie creëert een complexe golfvorm die erg snel dissonant kan worden.

RING MODULATION

De ring modulator is een circuit dat de frequenties van OSC 1 en OSC 2 “vermenigvuldigt”, met als resultaat een uitgangssignaal dat geen oorspronkelijke ingangsfrequenties meer bevat. De output bevat de som en het verschil van de ingangssignalen, wat “sidebands” produceert die resulteren in een complex harmonisch geluid dat sterk verschikt van het origineel.

Om toegang te krijgen tot de coarse tuning mode voor oscillator 2, hou je [SYNC] en [RING MOD] ingedrukt en stel je het interval in met de SCATTER [TYPE] dial.

system1-ring

OSCILLATORSYNCHRONISATIE (SYNC)

Sync betekent dat je de ene oscillator gebruikt om een andere te “resetten”, waarbij de golfvormcyclus naar nul wordt verschoven. Deze reset creëert op zijn beurt een nieuwe golfvorm, met nieuwe pieken (of toegevoegde boventonen), die voor een typische “scheurende” sync-klank zorgt. Als de SYNC-toets van de oscillator brandt, dan is OSC 2 ‘slave’ van OSC 1, terwijl de Pitch Envelope naar de slave oscillator gaat.

system1-sync

 

 

TIP #3: GEEF JE SOUND MEER DIEPTE MET SUB-BASS EN RUIS

Het mixergedeelte van de SYSTEM-1 vermengt niet enkel OSC 1 en OSC 2 om tot de juiste klankmix te komen, maar heeft nog twee bijkomende geluidsbronnen om je patch meer dimensie te geven.

De SUB-OSCILLATOR heeft twee opties voor de toonhoogte: 1 octaaf of 2 octaven lager dan OSC 1, wat je instelt met de OSC TYPE-toets. De sub-octave is een driehoeksgolfvorm en wordt meestal gebruikt voor de laagste frequenties in een patch.

De NOISE-bron heeft een volumeregelaar en een [NOISE TYPE]-toets waarmee je kunt kiezen tussen roze of witte ruis. Deze geluidsbron is nuttig voor percussieklanken, vooral wanneer je een reeks gates van een sequencer gebruikt.

 

 

TIP #4: HOU DE HELDERHEID VAN JE SYNTH PATCH ONDER CONTROLE MET DE MULTIMODE FILTER

De spanningsgestuurde filter (Voltage Controlled Filter of kortweg VCF) in de SYSTEM-1 heeft twee modi om de helderheid van de synthklank te regelen. Als je met een aantal regelaars kunt omgaan, dan geeft dit je een zeker expressiebereik voor de klankkleur van je patch. Dit is een vaardigheid waar synthspecialisten jaren over doen om ze onder de knie te krijgen.

De VCF geeft je de keuze tussen LPF (te regelen via TYPE [slope], CUTOFF en RESO) en HPF (CUTOFF only). Hoge instellingen voor RESONANCE boosten het signaal rondom de CUTOFF-frequentie. Bij een maximale RESONANCE is de boost zo sterk dat de VCF zijn eigen sinusgolf-achtige klank kan produceren. Dit kan je erg doeltreffend gebruiken als je een klank met toonhoogte van de VCF bovenop een melodie-/sequencerlijn wil stapelen.

Een ADSR envelope is een andere manier om de helderheid te regelen door de CUTOFF FREQUENCY te moduleren. De [ENV]-knop regelt de diepte van omgekeerde (-) en niet-omgekeerde (+) envelopevormen. Met de ADSR sliders bepaal je hoe de filter reageert op het inkomende signaal en kan je de eigenschappen manipuleren van de cutoff en de resonantierespons van de filter. Probeer een langzame attack voor een klank waarbij de cutoff-frequentie geleidelijk toeneemt in de loop van de tijd.

De [KEY]-knop (KEYBOARD FOLLOW) gebruikt de toonhoogte van de noten om de CUTOFF FREQUENCY aan te sturen. Als je de knop naar rechts draait, neemt de CUTOFF-frequentie toe met de hogere noten en ze neemt af met de lagere noten wanneer je de knop naar links draait.

Tip voor Pro’s: Door de LPF CUTOFF en HPF CUTOFF tegelijkertijd te sweepen, krijg je een band-pass filter. BPF’s zijn ideaal om een bepaald frequentiebereik te isoleren, bijvoorbeeld een baslijn of percussieve hi-hats.

 

 

TIP #5: GEBRUIK DE AMP ENVELOPE OM HET VOLUME VAN ELKE NOOT TE VORMEN

Elk instrument, van xylofoon (met hamers bespeeld) tot viool (met strijkstok bespeeld), heeft een karakteristieke “vorm” in zijn volume wanneer het wordt bespeeld. Door de attack, decay en release van verschillende klanken te bestuderen, krijgen we een idee van hoe we een amp ADSR envelope moeten gebruiken om het volume te vormen van elke noot/akkoord die/dat op de SYSTEM-1 synthesizer wordt gespeeld.

system1-ampenv

Een envelope heeft een TRIGGER- of GATE-signaal nodig om de ADSR-cyclus te starten. Bij de SYSTEM-1 synthesizer wordt er, telkens als er een klaviertoets wordt ingedrukt (of een noot op de arpeggiator wordt gespeeld), een GATE-signaal verstuurd naar de amp envelope. Wanneer de toets ingedrukt is, staat de GATE aan en bepaalt de ATTACK-, DECAY- en SUSTAIN-fase van de ADSR het versterkervolume. Wanneer de toets wordt losgelaten, staat de GATE uit en beëindigt de RELEASE-fase van de ADSR de volumemodulatie.

system1-adsr

Tip voor Pro’s: Experimenteer met de ADSR sliders om de beste vorm te vinden voor je synth patch. Denk eraan: SUSTAIN is een volumeregelaar, ATTACK, DECAY en RELEASE regelen tijdparameters. Zorg dat de SUSTAIN hoger staat dan de DECAY als je een lange RELEASE wil horen.

 

 

TIP #6: CREËER RUIMTE EN TEXTUUR MET CRUSHER, REVERB EN DELAY

De SYSTEM-1 synthesizer bevat drie effecten die je synth patch meer ruimte en textuur geven. De CRUSHER creëert een textuureffect vanuit een digitale reductie van de bit-depth/sample-rate. Dit effect laat de stemming toe om bepaalde boventonen in een melodie te benadrukken of kan in extreme gevallen de harmonie compleet vernietigen.

De ruimtelijke effecten REVERB en DELAY maken een groot verschil in een synthesizerpatch. De brede stereo hall reverb en de cleane delay zijn geweldig om een akkoord van een padklank breder te doen klinken of voor gesyncopeerde delayherhalingen op een arpeggio. Effecten van het Resonator-type krijg je met korte delaytijden, en met een lange delaytijd geef je wat extra expressie aan de lead synthpartij.

Tip voor Pro’s: Hou je patch in sync door op [TEMPO SYNC] te drukken. Deze regelaar synchroniseert de RATE van de LFO-sectie en de delaytijd [TIME] met het tempo.

 

 

TIP #7: BEHEERS BEWEGING MET LFO-MODULATIE

Net als in Tip #2 is de LFO van de SYSTEM-1 geweldig om de breedte van de golfvorm van de oscillator te moduleren voor dynamische klankveranderingen. De LFO kan echter meerdere parameters tegelijkertijd moduleren en begrijpen hoe de LFO je patch meer expressie geeft, is essentieel om synthese te beheersen.

De LFO heeft zes golfvormen beschikbaar met een breed RATE-bereik dat tot in de audio-rate gaat en klanken creëert die doen denken aan ringmodulatie & FM-synthese. Deze LFO-golfvormen zijn:

lfo-2

  • Sinus
  • Driehoek
  • Zaagtand
  • Blok
  • Sample & Hold
  • Random (vloeiende S&H)

Modulatie van OSC 1 en OSC 2, VCF en VCA via de LFO maakt PITCH- (vibrato), FILTER- (cutoff sweep) en AMP- (tremolo) effecten mogelijk, of een combinatie daarvan. Door de PITCH-, FILTER- of AMP-knop naar rechts te draaien, regel je de diepte van de modulatie. Als je de knop naar links draait, krijg je een omgekeerde LFO-golfvorm waarvan de diepte toeneemt bij de minimumstand van de knop. De combinatie van omgekeerde en standaard LFO-modulatie voegt een extra dimensie toe aan de beweging van je patch.

Tip voor Pro’s: Er zijn twee LFO-functies die je controle geven over de timing van de LFO-modulatie. [LFO KEY TRIG] bepaalt of de LFO-cyclus gesynchroniseerd wordt om te starten wanneer de toets wordt ingedrukt [ON] of niet [OFF]. [FADE TIME] bepaalt de tijd vanaf wanneer de modulatie start tot de LFO zijn maximale amplitude bereikt. Beide functies zijn erg handig om lange, aangehouden noten en akkoorden te moduleren.

 

 

TIP #8: MAAK JE NOTEN EXPRESSIEVER MET TOONHOOGTEMODULATIE

De SYSTEM-1 synthesizer heeft vele functies om je noten wat beweging in de toonhoogte te geven. Envelopes, pitch wheel en portamento zijn maar een paar functies en technieken die je moet leren om je eigen stempel op je sound te drukken.

PORTAMENTO
Portamento creëert een vloeiende toonhoogteverandering tussen een toets en de volgende toets die wordt gespeeld. De [PORTAMENTO]-knop regelt de tijd die nodig is voor de toonhoogteverandering. Legato geeft verdere controle over “pitch glide”. De [LEGATO]-toets past enkel portamento toe wanneer je legato speelt (d.w.z. wanneer je de volgende toets indrukt voordat je de vorige loslaat). Als je de twee combineert terwijl je speelt, heb je expressieve controle over de toonhoogte.
Wanneer je de legato-modus activeert, werken de versterker- en filtersecties monofoon, maar behouden hun vierstemmige polyfonie. In de mono- en unisono-modi, worden de envelopes niet opnieuw getriggerd.

PITCH ENVELOPE
Een andere methode om de toonhoogte te wijzigen tijdens het spelen, is door het gebruik van de PITCH ENVELOPE. Pressing any key/s triggers the attack-decay envelope. Als je de [ENV]-knop naar rechts draait, stijgt de toonhoogte aanvankelijk en keert dan terug naar de toonhoogte van de ingedrukte toets. Als je de knop naar links draait, daalt de toonhoogte om vervolgens terug te keren naar de initiële toonhoogte. De ATTACK- en DECAY-sliders vormen de diepte van de modulatie.

PITCH BEND
Met de PITCH BEND jog shuttle kan je terwijl je speelt met je linkerhand de toonhoogte beïnvloeden. Met de jog shuttle in de centrale positie is er geen modulatie van de toonhoogte – als je ze naar rechts draait, neemt de toonhoogte toe en als je ze naar links draait, neemt de toonhoogte af.

Tip voor Pro’s: In de jog shuttle zit ook een draaischijf (dial). Met deze dial kanje het bereik regelen van de PITCH BEND via de jog shuttle. Draai aan de [TYPE] dial terwijl je de [LEGATO]-toets ingedrukt houdt. Bv. Het bereik gaat van 1 tot 24. Als de “10” en de “2” oplichten, dan is het bereik 12.

OCTAVE SHIFT-TOETSEN
De OCTAVE [DOWN] [UP]-toets verschuift het bereik van het klavier in stappen van een octaaf. Als de toets oplicht, is de instelling: 1 octaaf; als de toets knippert, is de instelling: 2 octaven, en als de toets sneller knippert, is de instelling: 3 octaven. Als je tegelijkertijd op de toetsen [DOWN] en [UP] drukt, keert het klavier terug naar het normale toonhoogtebereik.

Tip voor Pro’s: Je kunt de OCTAVE [UP] [DOWN]-toetsen gebruiken voor KEY TRANSPOSE. Als je de [DOWN] [UP]-toetsen tegelijkertijd indrukt en aan de SCATTER [TYPE] dial draait, kan je het klavier transponeren in stappen van een halve toon (enkel omhoog).

  • De SCATTER LED’s (1–10) geven de hoeveelheid transpositie aan (1–11). (Bij 11 lichten de LED’s 10 en 1 tegelijkertijd op.)
  • Alle LED’s doven uit (OFF) als je de dial helemaal naar links draait

MODULATION-TOETS
De [MOD]-toets, naast de OCTAVE-toetsen, triggert de toonhoogtemodulatie (vibrato) wanneer je ze ingedrukt houdt. Als je de [MOD]-toets ingedrukt houdt terwijl je de LFO-sectie bedient, kan je de MOD-diepte regelen. Met de [FADE TIME]-knop stel je de tijd in tot wanneer de vibrato in werking treedt, en met [RATE] regel je de snelheid van de aanzwelling.

 

 

TIP #9: CREËER EVOLUERENDE MELODISCHE EN RITMISCHE PATTERNS MET DE ARPEGGIATOR EN “SCATTER”

scatter

De SYSTEM-1 beschikt over een Arpeggiator met zes verschillende ARP-types – Up, Down en Up + Down, beide over 1 of 2 octaven. Er zijn ook zes verschillende stappen van 1/4 – 1/16T, die je arpeggio pattern zullen verdelen door variatie van de klokverdelingen. Probeer verschillende combinaties van ARP TYPE en ARP STEP om de juiste pattern te vinden voor je sound!

SCATTER DIE ARPS!

De SCATTER-functie laat toe om het gespeelde arpeggio pattern te herfraseren door de respons van bepaalde parameters van de arpeggiator te wijzigen. De SCATTER dial geeft de keuze uit 10 verschillende SCATTER-types en ze zullen stuk voor stuk een nieuw en interessant effect hebben op je pattern!

Elke SCATTER mode beïnvloedt een andere combinatie van parameters om jouw ene arpeggio te produceren, met een reeks variaties. Wanneer de [ARPEGGIO]-toets geactiveerd is (en de binnenste SCATTER dial (1-10) is ingesteld), dan kan je met het buitenste jog-wiel de diepte regelen voor het SCATTER-type. Wanneer het wiel op 12 uur staat, wordt er geen SCATTER toegepast op het Arpeggio pattern. Door het buitenste wiel naar links (- negatief) of rechts (+ positief) te draaien, kan je TIEN verschillende diepteniveaus toepassen op de pattern. Alle beïnvloede parameters knipperen wanneer ze in gebruik zijn, terwijl de niet-beïnvloede parameters gewoon blijven branden. Hoe meer diepte, des te intenser en buitenaardser zullen de parameters worden.

Met een goede beheersing van de SCATTER-functie op de SYSTEM-1 kan je het maximum uit de synth halen. Oefen om het wiel te gebruiken voor subtiele of extreme effecten in een live set, of gebruik het om een compositie meer karakter en complexiteit te geven. Deze experimenten zullen dingen laten ontdekken waar je nooit aan zou hebben gedacht.

graph

Tip voor Pro’s: Gebruik de [KEYHOLD]-toets om het Arpeggio pattern en de hoeveelheid SCATTER-diepte die wordt toegepast, vast te zetten. Het SCATTER depth-wiel is voorzien van een veer, dus deze functie is van vitaal belang om de diepte in te stellen terwijl je je handen vrij houdt om noten te spelen of andere parameters te bedienen. Om de SCATTER-diepte te resetten, hoef je gewoon aan de buitenste dial te draaien en de instelling wordt weer op nul gezet. Maak gebruik van de KEY HOLD-functie en hou je handen vrij om te spelen en te ontdekken!

 

 

TIP #10: KEER TERUG IN DE ROLAND-GESCHIEDENIS MET PLUGOUTS VAN ICONISCHE SYNTHESIZERS

Via de nieuwe PLUG-OUT-technologie kan de SYSTEM-1 softwarematige reproducties van legendarische Roland-synthesizers herbergen en aansturen. Om naar de PLUG-OUT mode te gaan, druk je gewoon op de [PLUG-OUT]-toets van de SYSTEM-1. Alle regelaars die geen functie hebben voor die bepaalde PLUG-OUT zullen “uitdoven” zodat het gemakkelijker wordt om je PLUG-OUT-klanken te vormen. Je kunt niet alleen de ACB envelopes van je favoriete klassieke synths nemen, maar je kunt deze envelopes ook gebruiken op andere apparaten in je opstelling.

De SYSTEM-100 PLUG-OUT is een moderne reproductie van de klassieke semi-modulaire monosynth uit 1975. Deze software synthesizer integreert zich perfect in de SYSTEM-1 hardware. In de software kan je door de patchpunten te verbinden via kabels het signaalpad wijzigen en diverse parameter moduleren. De nieuwe Pin Routing Matrix geeft een visuele voorstelling van de verbindingen, zodat je gemakkelijker en sneller kunt patchen.

De SH-101 PLUG-OUT is een hedendaagse reconstructie van iconische SH-101 synthesiser. De ACB (Analogue Circuit Behaviour) -technologie reproduceert getrouw zowel de klank als het gedrag van de originele synth. De PLUG-OUT software geeft je de vrijheid van hardware naast de betrouwbaarheid en flexibiliteit van software. Je krijgt nu de klank van de originele SH-101, met meer controle en bijkomende functies zoals de reverb-, chorus-, delay- en bit crusher-effecten, die niet aanwezig waren in het origineel. Die effecten laten je toe om ongekend terrein te gaan verkennen met de SH-101.

Als je meerdere versies van de SH-101 VST in je DAW gebruikt, dan beschik je over een reeks gekleurde skins om onderscheid te maken tussen de individuele klanken.

Ontdek de andere PLUG-OUTS, zoals de  PROMARS en SH-2 HIER.

 

 

TIP #11: TOT 128 SUPERGAVE SYNTHPATCHES OPSLAAN, BEWERKEN EN OPROEPEN

De [MANUAL]-knop is een startpunt vanaf waar je nieuwe patches kunt creëren. Als je niet graag met presets werkt, dan is dit waar je moet beginnen! Het kan erg handig zijn voor live optredens, als je on the fly een nieuwe patch wil creëren. Om het Manual-startpunt in te stellen, moet je eerst zorgen dat de [MANUAL]-knop brandt, en dan kan je jouw klank beginnen vormen en kneden.

Je kunt dan je zelfgemaakte klank opslaan in een nieuwe user bank, door de overeenkomstige geheugentoets (1-8) ingedrukt te houden.

De SYSTEM-1 heeft acht banken, met acht presets in elke bank, dus je kunt tot 64 patches opslaan! Om toegang te krijgen tot deze banken, hou je de [SYSTEM-1]-toets ingedrukt en kies je een User Bank van 1-8. Je gekozen bank zal snel knipperen en zodra je de [SYSTEM-1]-toets loslaat, kan je een preset kiezen met de geheugentoetsen 1-8.

De opgeslagen PLUG-OUT heeft ook acht banken van acht presets, wat een totaal van 128 monofone en polyfone sounds oplevert, beschikbaar met één druk op de knop. Je kunt echter maar één PLUG-OUT tegelijk opslaan op de SYSTEM-1 dus kies verstandig!

 

system1-pg

 

De SYSTEM-1 Software Synthesizer doet dienst als DAW plug-in en als librarian om patches aan te maken, op te slaan en op te roepen.

Neem een patch van de SYSTEM-1 Software Synthesizer, zorg dat je SYSTEM-1 verbonden is met je DAW, en druk op EXPORT. Zodra je de patch hebt geëxporteerd van je computer naar je SYSTEM-1, kan je de synth lokoppelen van je computer en de plug-in wordt een volledig functionele hardware synth.

Wanneer de SYSTEM-1 via USB is aangesloten, wordt de PLUG-OUT een traditionele plug-in binnen je DAW. De SYSTEM-1 hardware fungeert nu als controller, en het audiosignaal wordt naar je DAW gestuurd. Je kunt ook de software synth als gewone VST in je DAW gebruiken, zonder de hardware.

Door de SYSTEM-1 Software Synthesizer als een Librarian te gebruiken, kan je een klankenbibliotheek opbouwen met de software en de klanken inladen in je SYSTEM-1. Om een patch op te slaan op je computer, moet je hem via USB verbinden met de SYSTEM-1. Open de SYSTEM-1 software en druk op [GET] om de actieve patch van je SYSTEM-1 in te laden. Je kunt deze patch opslaan in je Library, door een lege geheugenplaats te slelecteren en op [WRITE] te drukken. Om een patch van je Library naar de SYSTEM-1 te sturen, selecteer j de patch in je Library, selecteer je de gewenste geheugenplaats op de SYSTEM-1 en klik je op [SEND].

MAAK ALTIJD EEN BACKUP!

Om data te backuppen en herstellen, hou je de [ARPEGGIO]-toets ingedrukt en zet je het toestel aan. Sluit dan je computer aan op deUSB-poort van de SYSTEM-1 via een USB-kabel. De drive die op je computer verschijnt, bevat twee mappen – BACKUP en RESTORE. Om data te backuppen van de SYSTEM-1, kopieer je de geheugenbestanden van de SYSTEM-1 vanuit de BACKUP-map naar je computer. Als er een PLUG-OUT wordt ingeladen, dan zitten de bijkomende PLUG-OUT-bestanden in de backup directory. Om data te herstellen, kopieer je de geheugenbestanden van de SYSTEM-1 vanuit je computer naar de ‘RESTORE’ map.

 

 

TIP #12: MIDI GEEFT JE CONTROLE OVER JE SYNTH RIG

Je SYSTEM-1 andere onderdelen van de synth setup laten aansturen, je DAW aansturen en gesynchroniseerd blijven met andere instrumenten, het kan allemaal via MIDI. Gebruik de onderstaande instellingen om het jezelf gemakkelijk te maken, zowel in de studio als op het podium.

Om toegang te krijgen tot de MIDI-besturingsfuncties van de SYSTEM-1, hou je de toetsen [SYSTEM-1] en [PLUG-OUT] ingedrukt en draai je aan de [TYPE] dial.

  • Wanneer LED dial 2 knippert, staat het toestel op Local On, wat de SYSTEM-1 toelaat om geluid te produceren door gelijk welke handeling, inclusief externe MIDI-boodschappen.
  • Wanneer LED dial 1 knippert, staat het toestel op Local off, waardoor er enkel geluid kan worden geproduceerd door toedoen van externe MIDI-boodschappen.
  • Je kunt je SYSTEM-1 instellen zodat hij enkel als MIDI controller werkt (LED dial 3 knippert). Dit betekent dat de SYSTEM-1 geen geluid produceert en enkel MIDI-informatie uitstuurt.

Je kunt de SYSTEM-1 synchroniseren met de MIDI Clock van een ander extern toestel via de MIDI IN van de SYSTEM-1. Of je kunt ook de SYSTEM-1 als Master Clock gebruiken, van waaruit je dan externe apparaten kunt synchroniseren.

Om de MIDI Clock in te sttellen, hou je de [SYSTEM-1]-toets ingedrukt terwijl je het toestel opstart. Als de geheugentoets [1] gedoofd is, staat de instelling op “Intern”. Dit betekent dat de SYSTEM-1 werkt volgens zijn eigen ingestelde tempo, en dit verhindert dat hij zich synchroniseert met andere externe apparaten.

Wanneer toets [1] brandt, zal het tempo van de SYSTEM-1 automatisch synchroniseren met gelijk welk inkomend USB- of MIDI Clock-signaal. Als er actieve inputs zijn van beide, dan krijgt USB voorrang op de MIDI-input. Druk op de [ARPEGGIO]-toets om deze MIDI-instellingen opslaan.

De SYSTEM-1 heeft ook een optie “MIDI Thru” en dit stel je in met toets [2]. Net als wanneer je de MIDI clock instelt, krijg je toegang tot deze instellingen door de toets [SYSTEM-1] ingedrukt te houden terwijl je het toestel aanzet. Wanneer toets [2] brandt, is MIDI Thru actief en wordt de information die via MIDI IN binnenkomt, weer uitgestuurd via MIDI Thru. Als MIDI Thru op OFF staat, dan is toets [2] gedoofd. Met deze instelling worden er geen MIDI-data herverzonden.

MIDI OPNEMEN

Als je de SYSTEM-1 via USB aansluit op een computer, kan je MIDI-informatie opnemen in je DAW. Bovendien kan je ook opgenomen MIDI-data van je DAW naar de SYSTEM-1 interface sturen.

Om het MIDI-zend-/ontvangstkanaal in te stellen, hou je de [SYSTEM-1]-toets ingedrukt terwijl je het toestel opstart. De SCATTER LED’s verwijzen naar het nummer van het MIDI-kanaal. Het MIDI-kanaal stel je in met de TYPE dial. Wwanneer LED 1 brandt, dan staat het MIDI-kanaal van het apparaat op 1. Om de kanalen 11-16 te selecteren, blijf je aan de [TYPE] dial draaien tot de LED’s 10 en 1-6 tegelijkertijd branden.

Wanneer alle LED’s branden, staat het apparaat in OMNI mode. In deze mode worden alle MIDI-boodschappen ontvangen op alle kanalen (1-16). Het MIDI-zendkanaal staat standaard op 1.